Deel 1: Het ambacht Twaalfdhalve hoeve

Het ambacht Twaalfdhalve hoeve.

In het jaar 1341 gaf de graaf van Holland 12 ½  hoeve woeste grond uit , ook genoemd: ‘wildernisse’, aan Gielis van Wendelnisse.

Dit was niet de eerste uitgifte van moer, er waren eerder moergronden uitgegeven in onze streek. Ik denk dan aan ’s Gravenmoer, Capelle en Raamsdonk.

Uit de laatstgenoemde uitgifte 12 ½ hoeve moer ontstond het ambacht Twaalfdhalve hoeve, ook wel genoemd 11 ½ hoeve, wat hetzelfde is. Men sprak in die tijd van 11 ½ hoeve of de twaalfde hoeve half.

Een hoeve was een grondmaat bestaande uit 16 morgen van 24 x 400 roeden. De roede als vlaktemaat was 14 m2.

De Rijnlandse morgen was  ruim 8516 m2 en ruim 4/5 are. Eigenlijk een hoeveelheid land, die in één morgen kon worden geploegd.

 ds Afb. nr. 1 Ambacht 12dhalf hoeve

Het ambacht 12 ½ hoeve was gelegen tussen: Noord: groot Waspik, dat ten noorden van de Oude straat lag. Zuid: ’s Gravenmoer. Oost: de huidige Schoolstraat, vroeger Kerkpad genoemd. West: het ambacht Hendrik Luyten Ambacht, dat later bij Raamsdonk kwam en waar de naar dit ambacht genoemde Luijtenambachtstraat nog aan herinnerd.

Van de akte van uitgifte van het ambacht elf en een halve hoeve door graaf Willen IV te Geertruidenberg op 19 november 1341 is in 1389, door de Prior van de Kartuizers, een vidimus vervaardigd waarvan in 1567 te Waspik een authentiek afschrift is geregistreerd.
Een vidimus is een gelegaliseerd afschrift van een oorkonde, wat een door de landsheer uitgevaardigd stuk is, waarbij rechten worden vastgesteld of voorrechten verleend.

                ds Afb. nr. 2a. RA 

                ds Afb. nr. 2b. RA                         

                ds Afb. nr. 2c. RA

Uit het Rechterlijk archief van Groot Waspik, bovenstaande verklaring van de broeder van het Kartuizer klooster te Raamsdonk. Dit klooster was in 1336 gesticht door Willem van Duivenvoorde en werd in het jaar 1573 verwoest. Het werd het Hollandsche huis genoemd.

Hier volgt de transcriptie van het bovengenoemde stuk, waarbij het heel interessant is een kijkje te nemen in die tijd, ongeveer 80 jaar vóór de Elisabethsvloed.

Fol. 40. Den donderdach na Sinte Poncikensdag int jaar ons heeren duysent drie hondert een ende viertig.
Copia.
Ick broeder bonden Prior van Santroesen bij Sinte Geertruijdenberge maken condt allen luyden dat ick gesien ende gehoort hebbe  alsmen schreeff tjaer ons heeren duysent drie hondert negen ende tachtich opten dinsdaege nae ascensendach een hantvest gans ende geheel ende onbevlect, welbezegelt met eens hogen edelen princen zeegel Willems ‘tsgraeve van heynu van Hollant  van Zeelant ende ‘tsheere van Vriesland spreeckende van worde te worde als hier nae gescreve staet.

WILLAEM Grave van Heynu, van Hollant, van Zeelant ende heere van Vriesland maken condt ende kendelyck allen lude die nu sijn off namaels wesen sullen dat wij vercofft hebben Gielis van Wendelsnise tot eenen rechten ende vrijen eygendom elffe hoeve ende een halff hoeve moers ende wildernisse die gelegen sijn bove den gerechte van GrootWaspijck streckende oostwaert aenden gerechten van CleijnWaspijck, Zuytwaert op een ??huegemens moer van Wendelnise westwaarts aen dat moer da bondun  (bondijn?)  van den Poele aen hem treckt ende Gielis sijn toegemeeten nevens dat moer vanden andere moer eenen wech ende lijde zeven roede breet strekkende tot optie Dongha.
Ende dese Elffe Hoeve ende een halff hoeve moers voirssz strecken noortwaert an die nyeuwe ca die gaet bove den gebueren landen van GrootWaspijck ende Gielis voorssz ende sijne erffenisse sullen tgerechte van desen moeren voirsz van ons ende van onse nacoemelingen houden tot eenen erffleene ende dese voirssz moer ende wildernisse sullen ontbelet haeren waterganc hebben ende behouden in die Dongha of in de Mase, ende voirt door den maesdamme sonder enigerande cost van dijcken of van sluijsen daer off te doen.
Voird waert dat sake dat hier naemaels eeniger ande luden quamen te woonen op desen moer ende wildernisse voirssz, die souden vrij sijn van beden ende van hervaerden het en waer off die van Waspijcke gemenlijcke quamen woonen optie moer so soude sij hervaerden ende bede gene geliick ander luden voerd die geene die naemaels comen te woonen op desen moer voirssz die sullen ons geven in onsen tolne tot Dubbelmonde van elcke geladen scepe met torve, eest groot eest cleyn, twee penningen Hollantse. Ende hierbij so en sullen sij ons geenen andere tolne geven tusschen Dordrecht ende ’s Hertogenwaalwijcke.
Voerd diegene die naemaels comen te woonen op desen moer ende wildernisse voirssz die sullen dien wech ende herstraete die opten moer gaet bruyken ende orbare met horen goede onverseijt gelike dattieandre doen die daer omtrent optie ander wildert wonachtig sijn ende van de vervallen ende van de vervallen ende moeren die verschijnen mogen namals op den moer ende wildernisse voirssz sullen wij ende onse nacomelingen behouden onse recht gelijcke als wij hebben in ander ambachten binnen onse lande van Zuythollant ende Gielis voirssz ende sine erffgenamen sullen haer recht behouden diere gelijcke eewelijcke duerende,
Ick orkonde desen brieve bezegelt met onze zegele gegeven tot Sinte Geertruydenberge die donderdaege na Sinte Poncikensdach int jaer ons heeren duysent drie hondert een ende viertich.

Ende omdat dit waer is zo hebben broeder bonden prior voerseyt dese lettere bezegelt met ons convents zegele int jaer ons Heeren dach voorssz.

Gecollationeerd tegens sijne origenaele uithangende bezegelden brieff ende is daermee bevonden t’accorderen bij mij
Mathijs Otgens.
Deze Mathijs Otgens was de schout van Groot Waspik.

Het schrift van het jaar 1567 is niet gemakkelijk te lezen, zelfs de transcriptie behoeft enige uitleg;
In het jaar 1341 wordt  Twaalfdhalve hoeve moergrond uitgegeven, waardoor later het ambacht ontstaat. Het is interessant te lezen dat er ook sprake is van al in gebruik zijnde moeren, grenzend aan Twaalfdhalve hoeve die al vroeger zijn uitgegeven en waar al eerder turf is gestoken. Heugemans moer en Boudijn van de Poele worden in dit verband genoemd. Er is sprake van een leie, dus een watergang, en een weg tot aan de Donge om de turf af te voeren naar de Maas. De Maas waarover gesproken wordt is niet het Oude Maasje, dit bestond nog niet voor de Elisabethsvloed, maar de middeleeuwse Maas die noordelijker lag, ongeveer waar later de Bergse Maas gegraven is.
Ook wordt vastgelegd, dat de mensen, die later op deze moer en wildernisse komen wonen, de weg en de herstrate mogen gebruiken en dezelfde rechten krijgen als de anderen, die al op de aanwezige moeren woonachtig zijn.
Ook de tol te Dubbelmonde wordt genoemd, wat verderop in dit verhaal besproken wordt.

Er is veel bekend over de uitgiften van moeren in onze streek, waarnaar de heer G.J. Rehm, oud archivaris van diverse gemeenten waaronder Waspik, onderzoek heeft gedaan.

In het jaar 1293 was er een uitgifte van moergronden waaruit het dorp ’s Gravenmoer is ontstaan. Turf was in de 13e en 14eeeuw nog een der voornaamste bronnen voor de energievoorziening.  Na uitmoering van de turfgronden zijn deze in cultuur gebracht en zo ontstonden in dit moerassige gebied langs de hoge zandrug die zich van Geertruidenberg tot Besooyen uitstrekte, de dorpen Raamsdonk, Waspik, Capelle en Besooyen.
 De eerste uitgifte van grond in het veengebied ten zuiden van de Heidijk bij Waalwijk, gelegen in het verlengde van de Zuid Hollandse dijk, geschiedde 7 juni 1293 door graaf Floris V aan Steven van Waalwijk, die hij met vijftien hoeven ‘wilderten’ in de Groten Ham beleende. De naam Ham is thans in Dongen nog in gebruik , maar die had aan het einde van de 13e eeuw op een veel groter gebied betrekking.

Deel 2: De tollen en de tollenaars