Deel 3: Het veen en de turf

Het  veen en de turf.

Laten we eerst een kijken naar het materiaal waar dit verhaal grotendeels om draait: de turf.

                                                       ds Afb. nr. 5 De turfsteker 

                                                                 De turfsteker bezig met zijn stikker.

Het veen.

Door de eeuwen heen, zijn meters dikke lagen veen gevormd. Talrijke planten van diverse soorten hebben de grondstof gevormd voor het steeds groeiende veen. Eeuwenlang heeft de mens, door toedoen van deze lagen zijn kille bestaan kunnen verwarmen.
Drie factoren zijn voor veenvorming van belang. Dat zijn vocht, water en toetreden van de dampkringslucht.

Veenstof: “een mengsel van nog niet vergane overblijfsels van planten met delfstoffelijke bestanddelen, die er zich in hebben opgehoopt”. De opvattingen inzake veenvorming zijn in de loop der tijden nogal eens veranderd en nog zijn de ‘geleerden’ het er niet helemaal over eens.
Veenvormers zijn, heel in het algemeen, die planten die, in een vroeger of later stadium van veenvorming, door verrotting het veen mee helpen vormen. Dat kunnen verschillende soorten mos, gras, heide, biezen en riet zijn. Ook verschillende boomsoorten kunnen lagen in het veen vormen. Het was een reeks van planten die er aan meewerkte. De gewone turfgraver kende als veenvormer enkele mossen en vroeg zich, bij zijn harde arbeid, niet af hoe al die planten in de turf wel zouden heten. 
In Noord-Brabant worden de venen “moeren” genoemd overeenkomstig met het Duitse ‘moor’.
Lagen organische stoffen in vele jaren opgehoopt door afgestorven planten, die door afsluiting van lucht niet geheel verrotten, maar een ontledingsproces ondergingen, waardoor er naar verhouding meer waterstof en zuurstof aan onttrokken werd.
Wanneer men het heeft over veen, moet men wel bedenken dat men in de regel met turf iets anders bedoelt. Turf wint men uit veen en is de benaming voor het product dat ontstaat na te zijn gedroogd. Veen bestaat uit een bonklaag, de bovenste laag van gras en heide, vervolgens het grauwveen, dan het zwartveen en tenslotte de overgangslaag tussen het zwartveen en de daaronder liggende bodemlagen van bv. klei, leem of zand.  De dikte van de veenlaag kan zeer verschillen en variëren van enkele decimeters tot 10 meter. In ons land is de meest voorkomende dikte 1 – 5 meter. Op sommige plaatsen in het oosten van Drenthe echter is de veenlaag wel 7 meter dik geweest. De dikte van de laag hangt af van de vochtigheidsgraad van het veen en zal bij afwatering minder worden; slinken.

Hoogveen en laagveen.

Hoogveen werd afgegraven, gestoken en op stapeltjes gezet om te drogen, de zogenaamde stuken of stuijken. Hoogveen ontstond boven de grondwaterstand en bestond voor een groot gedeelte uit veenmos.

                           ds Afb. nr. 6 stapelen 

                                                                                   Stapelen

Laagveen, ontstaan onder de grondwaterstand, werd gebaggerd met de moer- of  baggerbeugel , uitgespreid op het land en na enige tijd met het slagijzer in repen verdeeld en daarna in brokken gesneden. Dit veen bevat ook veenmos.

Het baggeren van de turf gebeurde ook met behulp van schuiten , wanneer het water breder was zodat men er van de wal af  niet bij kon komen. Men schepte de ‘bagger’ dan in de schuit, deze werd dan op de wal uitgespreid, aangetrapt en vervolgens, na droging, verwerkt.

                                             ds Afb. nr. 7 De veender Luijken

                                                                             De veender (Luijken)

De gereedschappen van de veenders.

Bij de winning van de turf werden diverse gereedschappen gebruikt, waar we hier kort op ingaan.

De greef  waarmee de turf werd gestoken.

De baggerbeugel of –ijzer  om de turf onder water op te baggeren.

Het klotschupje  waarmee de bagger of klot werd verdeeld en glad gezet ,waarna deze werd aangetrapt.

Het slagijzer  waarmee deze bagger in repen werd gesneden en dan in stukken werd verdeeld van turfgrootte

Er waren zeker nog meer gereedschappen, die per streek gebruikt werden

                                          ds Afb. nr. 8 gereedschappen

Enkele gereedschappen turfwinning v.l.n.r. slagijzer, moerbeugel (zonder net en steel) en greef.
Foto: Verzameling H. Smits

Deel 4: De turftonsters