Deel 5: De bestemming en de vracht van de turfschippers

De bestemming en de vracht van de turfschippers.

We zullen nu eens gaan zien waar de turfschippers van de Moerkant zoal naar toe voeren en wat ze geladen hadden. Allereerst de rekening van de tollen te Gorinchem, Schoonhoven en Gleede.

Hier volgen de ontvangsten van Capelle in de Langstraat, Sprang, Waspik, Raamsdonk ’s Gravenmoer en Drimmelen. In het bijzonder de ontvangsten van de tolwacht te Vrouwkensvaart, indertijd een gehucht tussen Waspik en Capelle. De rekeningen zijn natuurlijk maar een fragment van de totale vrachten die vervoerd zijn. Er werden allerlei goederen vervoerd. Veel van de in de tolboeken genoemde schepen vervoerden turf. Enkelen vervoerden vee, graan of rijshout. Rijshout was wilgenhout dat voor velerlei doeleinden werd gebruikt o.a. in de waterbouw.
Veel tolboeken zijn verloren gegaan.

De rekening van de tol te Gorinchem.

Capelle                                                             tolbedrag Vlaams

Pieter Heinricxz

eiken planken

2 okt 1478

8 gr

Jan Adriaansz

4 last turf

18 juni 1518

4 gr

Wouter Arentsz

4 last turf

23 sept 1518

4 gr

Elias Pietersz

500 tonnen turf

18 juni 1480

4 gr

dezelfde

500 tonnen turf

10 juli 1480

4 gr

dezelfde

500 tonnen turf

19 aug 1480

4 gr

Airt Clais

½ vim tenen (wilg)

   
 

100 tonnen duivenmest

20 nov 1480

4 gr

Een man

300 tonnen duivenmest

24 mei 1481

8 gr

   Wat hier opvalt is dat het tolbedrag van 4 last turf en 500 tonnen turf voor beiden 4 groten is. Vermoedelijk was 4 last gelijk aan 500 tonnen.

Sprang.

Adriaan Gerrijtsz

1 ½  last turf

3 okt 1480

-

Pieter Wouters

2 last turf      

26 okt 1480  

2 gr


Raamsdonk.

Thonis Gillisz

2 beesten

7 nov 1480   

-

In Raamsdonk werd ook turf gestoken. Er werd echter geen turf  gevonden in de tolboeken hier besproken omdat turf gestoken werd  in de periode vóór 1480. Wel werd hier in de periode rond 1500 veel rijshout op schepen geladen. Het rijshout moest worden geleverd op ‘scheepsboord’, wat wil zeggen aan boord van een schip gebracht, o.a. voor Breda . De schepen lagen aan de Groenendijk onder Oosteind bij Oosterhout of in de Kille, dit was een natuurlijke geul in Raamsdonk. Deze Kille liep van noord naar zuid en mondde uit in het scheepsdiep, later het oude maasje genoemd. De monding  was ongeveer halverwege tussen Hermenzeil en Keizersveer.
Groenendijk lag aan de Donge, pas in 1675 kwam hier een haven.

Drimmelen.

Jan Hubertsz

3 hoed zomergerst

9 okt 1478

6 gr

Neel Corssen

4 last turf

20 mei 1480 

4 gr

Pieter bondinz

4 last turf

20 juni 1480

4 gr

Cornelis Kerstens

4 last turf

17 aug 1480

4 gr

Elant Pietersz

5 last turf

13 sept 1480

4 gr

Cornelis Kerstensz

4 last turf

22 sept 1480

4 gr

Pieter Claysz

3 last turf

24 sept 1480

3 gr

Pieter Kerstensz

3 last turf

24 sept 1480

3 gr

Jacob Huger

3 last turf

3 nov 1480   

3 gr

Jan Cleys

4 last turf      

21 nov 1480

4 gr

Cornelis en Pieter

Kerstkens     

7 1/2 last turf

6 dec 1480

6 gr

Cornelis Corstensz

4 last turf      

23 maart 1481

3 gr

Adriaan Korstkensz

5 last turf

26 april 1581

4 gr

Adriaan Korstkensz

1 ½ vim rijs   

16 mei 1481

9 gr

Adriaan Claysz

4 last turf

18 mei 1481

3 gr

Gerijt Adriaansz

3 last turf

25 mei 1481

3 gr

Pieter Jansz

3 paarden    

16 juni 1481

4 gr

 

’s Gravenmoer.

Adriaan Heijnezoon

3 kleine beesten binnen Gorinchem gecoft

8 april 1480

2 ½ gr

Willem Willemsz

3 runderen , 1 paard

3 nov 1480   

3 gr

Aernt Pietersz

4 last turf

12 dec 1480 

3 ½

Jan Jansz

5 last turf

29 mrt 1480

-


Waspik.

Jan Vestairs

2 paarden    

19 feb 1479 

4 gr

Jan Goertse 

4 last turf      

12 aug 1518

4 gr

Thijs Willems

4 last turf      

10 aug 1518

4 gr

Pieter Govartsz

4 last turf      

28 aug 1518

4 gr

Pieter Goertsz

4 last turf      

14 aug 1518

4 gr

Pieter Gerritsz

4 last turf      

7 sept 1518

-

De rekening van de tol te Schoonhoven.

Drimmelen

Jan Heijnen

5 ½ last turf  

13 nov 1480

4 ½ gr

Jan Boyensz

3 last turf

21 dec 1480 

2 ½ gr

De rekening van de tol te Gleede.

Drimmelen.

Cornelis Claesz

1 schip hooi 

16 mrt 1532

0.6.0

Goessen Dircsz

8 vim rijs       

27 mrt 1534  

0.12.0

 
De rekening van de tolwacht te Vrouwkensvaart.

De tolwacht te Vrouwkensvaart ontving in het jaar 1532 aan tolgeld

5 lb   = ponden

11 s   = schellingen

4 d    = penningen

4 d gr = groten

In het jaar 1533/1534 was het totaal, aan het einde van het boekjaar in september:

7 lb

103 gr vl

                                      ds Afb. nr. 11 Deklast                                                                         Een deklast turf rond het jaar 1900

Wat betreft de schepen met 4 last turf of daaromtrent nog het volgende:

In Brabant en dus waarschijnlijk ook aan de Moerkant stonden turfschepen in de 16en 17e eeuw bekend onder de naam ‘pleyten’, wat schepen waren van 14,4 meter lang en 2,4 meter breed met een inhoud van circa 20 m3 en een laadvermogen van 4 last turf bij een deklast van twee voet hoogte 40 m3. De pleyten werden voortgetrokken (gejaagd) of geboomd. Ze hadden geen zeilen.

In Venloon (Loon op Zand) voeren ook pleiten met turf. Peter Peeters van Scouwen van Loon op Zand verklaarde in het jaar 1436, dat de predikheren van den Bosch het recht hadden om met pleiten een venloonse vaart te gebruiken tussen zijn erf, aan beide zijden en ter lengte van dat erf. Deze pleiten zullen waarschijnlijk gevaren hebben vanaf Venloon naar den Bosch.

In het archief van de abdij van Tongerlo is een bestek gevonden van zo’n pleyt van 64 voeten lang en wijt in de bodem 3 voeten en 1 duim.

In de loop van de 17 e eeuw werden de schepen groter; 50 tot 60 m3 inhoud.

De voornoemde pleyten moeten we niet verwarren met de Vlaamse pleyt, dat een in België gebouwd schip was en ook in onze streek; Waspik, Raamsdonk en Capelle, veel voorkwam.

Het Vlaamse hooi- of pleytschip werd in de 17e eeuw gebruikt voor het vervoer van hooi o.a. naar Brussel

           ds Afb. nr. 13 Vlaamse pleyt

Deze pleyten hadden de volgende afmetingen:
Lengte 23 tot 27 meter, breedte 4,80 tot 5 meter, diepgang 1.90 meter, tonnenmaat 125 – 180, geen turftonnen.

Er is ook turf vervoerd met de geubel, die in onze streek voorkwam. Van deze schepen is tot op heden weinig of niets bekend. We zijn dit schip in de tolboeken niet tegengekomen, wel in boedelscheidingen in het Rechterlijk archief van ’s Gravenmoer en Waspik in de 16 en 17eeuw.

Enkele voorbeelden van een inventaris:

27 dec 1605 Laureijs Rutten geubel met zeil, mast en touwen.

18 jan 1606 Anthonis Cornelissen Colff geubel met toebehoren, een aak en verschillende geubels. In deze akte wordt de geubel ook gebruikt als maatvoering; 5 geubels grauwe turf en 1 geubel vleetturf.

1611 Jacob Adriaenssen Cuijper een geubel.

17 feb 1616 Ghertruit Stevensdeen geubel

1618 Cornelis Adriaen Borsten een geubel met toebehoren, een aak waarmee men turf vlet (vervoert) naar de geubel, die meer diepgang had en daardoor niet bij het moerveld kon komen.

5 juni 1623 Een geubel of turfschip.

                                ds Afb. nr. 12 Geubel

 Deel 6: De avonturen van enkele sprangse turfschippers anno 1478/1481