Deel 6: De avonturen van enkele sprangse turfschippers anno 1478/1481

De avonturen van enkele sprangse turfschippers anno 1478/1481

Jan Jansz. Rembout Heynricxz mit huere medeplegers10, alle van der Sprange in Zuythollant ende dairomtrent11, die tsamen van huys gecommen zijn , voir den tolle van Gorinchem, elk met een bosch pleytken houdende hondert tonnen turfs of daarontrent, biddende oirlof omme mitten selve turf haer merct te versoucken tot Worichem alzoe die turf lycht goedkin was ende tot Gorinchem niet gelde en woude, welk oirlof him voir den voirs tolle gegeven was, welke die voirs turflieden tot Worichem liggende ende tot hueren wille niet mogende vercoipen, hebben gevaren onder die vyanden mijns genadigene heeren tot Bommel ende daarontrent, wairaf zij of eenige van him int wederomme commen up Lovesteyn gevangen waren, also dat zij van deselver sake composeerden12 mitten ruyteren of bewares van den slote aldair in den name van mijnen genadigen heere.

Ende want zij aldair gecomposeerte hebbende noch al verduchtende waren voorbij den tol van Gorinchem voirs niet vrij of onbelet te mogen passeren, overmits dat zij oirlof gebeden hadden tot Worichem te lossen ende was genouch te presumeeren dat zij anders in den zin hadden, hebben boven der voirs. eerste composicie van Loevestein, de voirs. tolnair  betailt tusschen drie ende vierhondert tonnen des turfs voirs., die in die tijt weerdich wesen mochten der drie tonnen 1 braspennijck, belopende voir 350 tonnen 116 braspenningen dup [er]13; facit         7       5       10      Lb     s        d

10. Mit huere medeplegers is in de plaats gekomen van: mit Aert Jansz van Enden, Jordin Jansz, gebroederen.

11. Alle ……dairomtrent is toegevoegd. In de margine staat dan ook: Verclaere waar zy thuys behoerden .

12. In margine de aantekening: Verclare de grote van deser composicie.

13. Betekenis onbekend.

        ds Afb. nr. 14 Loevestein

Enige uitleg over de Sprangse turfschippers.
Jan Jansz., Rombout Heynricxz, met hun medeplichtigen, allen uit Sprang in Zuythollant en omgeving, die samen na hun vertrek van huis bij de tol van Gorinchem kwamen, elk met een Bosch pleitken (een scheepstype) geladen met ongeveer honderd tonnen turf, ze vroegen toestemming om met die turf naar de markt in Woudrichem te gaan, omdat die turf van matige kwaliteit (lycht goedkin) was en in Woudrichem (waarvoor toestemming gegeven was door de genoemde tol) niets opbracht.

De turflieden, die toen in Woudrichem lagen en hun turf niet zoals ze wilden daar konden verkopen, zijn toen naar vijandelijk gebied van onze genadige heer gevaren, naar (Zalt)bommel en daaromtrent, waarvoor zij of enkele van hen tijdens het terug varen, op Loevestein gevangen waren gezet, zodat ze over die zelfde zaak een schikking moesten treffen met ruiters of bewakers van het slot (Loevestein dus) aldaar (die onderhandelden) uit naam van mijn genadige heer. En omdat zij daar een schikking bereikt hadden waren ze bang (beducht)  dat ze de genoemde tol van Gorinchen niet vrij en ongehinderd (onbelet) zouden mogen passeren, omdat ze om toestemming gevraagd (gebeden) hadden om in Woudrichem te lossen en er was genoeg (reden) om te veronderstellen, dat zij iets anders van plan waren. (Ze) hebben bovenop de genoemde eerste schikking op Loevestein, de genoemde tollenaar (voor de) tussen drie en vierhonderd tonnen van de eerder genoemde turf die in die tijd waard waren (waarvoor ze  toen moesten betalen) per drie tonnen turf 1 braspenning, samen voor 350 tonnen 116 braspenningen.

Eerste regel: i.p.v. medeplichtigen stond oorspronkelijk de gebroeders Aert en Jordin Jansz van Enden.
Composeren       = schikking tot afkoop van een straf.
Worichem            =  Woudrichem
Presumeeren      =  vermoeden, aannemen, ervan uitgaan, veronderstellen.
Braspenning       = 10 duiten.
1 oort                    = 2 duiten. Dus 8 duiten in een stuiver en 160 in een gulden.
Volgens de lijst: Uitgaven van de tol te Gorinchem, waren er 15 ruiters op Loevestein.
De heer Willem van Egmond was kapitein en kastelein (kasteelheer) van het slot Loevestein in deze tijd.

Turf en hout voor Delft.

De houtschepen en de Brabantsche turfponten kwamen in Delft via het kanaal langs de Schie,dat rond 1340 was aangelegd. Sinds 1390 kwamen ze via de Delfthavense Schie.
De turfpont was een zeilend vrachtschip, gebruikt om turf te vervoeren. Er waren onder meer de dijnop of  Veense turfpont, de zevenhuizense en de Brabantsche turfpont.

                     ds Afb. nr. 15 turfpont       Ets turfpont Reinier Nooms 1652-1654 Rijksmuseum.

De veenlieden uit de dorpen aan de moerkant werden soms vertegenwoordigd door de plaatselijke schout.
Voor de in de 16e eeuw aangevoerde turf over de Maas was een aparte plaats in de stad gereserveerd zowel voor de schepen als de turfwagens.
Kleine turfschepen zoals de aalman en de schouw legden elders aan in Delft. Delft kende in de Middeleeuwen ook een belangrijke houtmarkt alwaar het hout, waarschijnlijk uit Brabant, werd aangevoerd. In de stadsrekeningen van Delft werd genoteerd dat hout uit Mechelen kwam en door een Bredase koopman werd geleverd.

Turfmarkt te Dordrecht.

In het jaar 1401 en in 1418 kreeg Dordrecht voor een zekere tijd een zogenaamd ‘octrooi serviel’. Dit octrooi werd diverse malen, doch steeds met aangepaste voorrechten, herbevestigd. In feite had Dordrecht zich een monopolie toegeëigend, dat alle turf gedolven in het baljuwschap Zuid Holland naar haar markt gebracht moest worden. Als de turf niet binnen drie dagen verkocht werd, mocht de schipper doorvaren naar een andere markt. Op de markt van Dordrecht had de stad het recht accijns op de turf te heffen. Tegen dit zelfverklaarde monopolie was veel verweer van de turflieden, die elders een betere prijs konden maken. Met name Gouda en de Zuid Hollandse dorpen Waspik en Capelle verzetten zich ertegen.

                         ds Afb. nr. 16 Venus                                                                                                Een Venus.

Deel 7: De informacie van 1514