Deel 10: De Franse Tijd

Wij maken een reis door de geschiedenis van Waspik, een reis in etappes waarbij telkens een tijdsbeeld beschreven wordt.

Dit wordt etappe 10.

Nu de rook rond de verkiezingen van een dorpsbestuur wat opgetrokken is, kunnen we onze reis voortzetten.

Dienstplicht

Het leven voor de dorpelingen bleef zwaar. De economie kreeg het onder de Fransen zwaar te verduren. Toenemende armoede bracht de mensen er zelfs toe om het graan van de velden te stelen. De dorpsdiender had het er helaas maar druk mee.

In Waspik maakten de mensen in de Franse tijd ook voor het eerst kennis met de dienstplicht. Voordien was het leger altijd samengesteld uit vrijwilligers, huurlingen. Veelal vechtersbazen en ook arme lui die geen ander broodwinning konden krijgen dan soldaat te worden. Werd de ontwikkeling in Nederland eerst nog tegengehouden, later  bleek de honger naar soldaten in het leger van Napoleon bijna niet te stillen. Toen de broer van de keizer, Lodewijk Napoleon (zie afbeelding) in 1806 koning van Holland werd, werd de druk om soldaten te leveren steeds groter.

4 5 Lodewijk Napoleon

Lodewijk Napoleon voelde aanvankelijk niets voor de algemene dienstplicht. Het gebrek aan manschappen werd echter zo groot dat gemeentebesturen werden verzocht mensen te leveren. Ook Waspik werd benaderd. Het resultaat was niet best waarop Lodewijk Napoleon met een nogal onthutsend plan kwam. Om het leger op sterkte te brengen wilde hij weeskinderen en jongens uit gezinnen die van de bijstand leefden verplichten als soldaat te gaan dienen. Een a-sociaal idee dat bij arme lieden veel paniek en angst teweeg bracht. Om hun kinderen te beschermen verschenen arme mensen bij het Armbestuur om te  zeggen dat ze geen steun meer behoefden van de plaatselijke overheid. Veel Waspikse jongens ontsprongen de dans niet en moesten dienen in het Franse leger, het grote leger van Napoleon. Toen in 1810 Lodewijk Napoleon de laan werd uitgestuurd door zijn broer, werd Nederland door Frankrijk geannexeerd. Wij werden een soort provincie van Frankrijk. Op dat moment werd ook hier de dienstplicht definitief ingevoerd via een lotingsysteem.

 

Belastingen

De hulp die de Fransen ons boden kostte geld, veel geld, alsook de inspanning die geleverd moest worden om de Bataafse Republiek in de steigers te krijgen. Geld moest er dus komen en dat moest ingevorderd worden. Veel dorpelingen waren echter niet in staat te betalen, zeker zo lang er nog geen vergoeding uitbetaald werd voor de geleden oorlogsschade. De centrale overheid kende geen pardon, de gemeente moest zorgen voor de invordering van de belastinggelden. De dorpelingen konden niets anders doen dan zich bij de situatie neerleggen. Tot in 1805 minister van financiën, Gogel, voorstellen tot belastinghervorming indiende, waarbij meer rekening gehouden zou worden met de draagkracht van de belastingplichtigen. Om meer zicht te hebben op het reilen en zeilen van de lagere overheden werd elke gemeente verplicht ieder jaar een begroting op te stellen en deze ter goedkeuring op te sturen naar de departementale overheid. Om belasting op huizen en landerijen beter te kunnen organiseren moest ook nog het een en ander geregeld worden. Er moest een lijst met huisnummers en huiseigenaren komen. Op 2 september 1802 besloot het gemeentebestuur van Waspik een dergelijke lijst te maken. Gewoon een rondgang door het dorp maken en van 1 tot ongeveer 300 doornummeren. In 1809 werd het werk nog eens gedaan en men was zeer tevreden. Het laatste huis had nummer 308, daarna volgde de Gereformeerde kerk met nummer 309 en het raadhuis nummer 310, tenslotte nog nummer 311, dat was ‘de keet of het veerhuis’ van Klein Waspik.

Ook moest er een lijst komen van de landerijen en het gebruik ervan. Het is hieraan te danken dat precies na te gaan is hoeveel hooi-, wei-, en bouwland er in 1808 in Waspik was. Ook het kadaster is hier een uitvloeisel van. Om een bepaald bedrijf te mogen hebben moesten ondernemers een patent aanvragen, wat uieraard ook weer geld kostte. Men had dan wel het recht om zijn bedrijf uit te mogen uitoefenen. In Waspik werd een patent verleend voor onder meer drie molens, een bierbrouwerij en een garentwijnerij.

Maten en gewichten

De chaos op het gebied van maten en gewichten begon zo langzamerhand onhoudbaar te worden. In elk dorp of streek verschilden de maten van bij voorbeeld een el, een duim, een bunder of en mijl. Het werd een ware janboel. Om daar en eind aan te maken werd in februari 1809 in ons land officieel het metrieke stelsel ingevoerd. Grote verschillen in maten en gewichten zouden gaan verdwijnen. Om die regeling voor te bereiden had elk gemeentebestuur bij de overheid een lijst moeten indienen waarop werd aangegeven welke maten en gewichten in de gemeente gebruikt werden. In 1820 werden verschillende oude namen landelijk gekoppeld aan nieuwe maten. Zo werd een el overal één meter en een roede tien meter. In de praktijk bleken de oude maten echter moeilijk uit te roeien.

Een el is een oude lengtemaat en bedroeg (althans in Nederland) circa 69,4 cm
De Nederlandse mijl kwam overeen met 1 uur gaans, wat overeenkomt met ongeveer 4 km. Na de invoering van het decimale stelsel rond 1820 was de benaming mijl enige tijd het synoniem van de kilometer.
De Roede is een oude lengtemaat en een oude oppervlaktemaat, die van plaats tot plaats een verschillende maat heeft. Bij de oppervlaktemaat wordt ook wel gesproken van een vierkante roede. Schertsend zei men wel: "Hij stinkt zeven roeden in de wind". Oudtijds gold een roede ook als inhoudsmaat voor turf. Dan bevatte een roede ongeveer 450 stuks.
Een Bunder was een oppervlaktemaat, die tegenwoordig ook nog wel wordt gebruikt en gelijk staat aan een hectare. Vroeger was een bunder 900 vierkante Roeden of anderhalve Morgen.

 

Burgerlijke stand

Een verandering die ook in de Franse tijd is doorgevoerd is de burgerlijke stand. Alle geboortes, huwelijken en overlijdens moesten voortaan centraal op de “Mairie” (het gemeentehuis) worden geregistreerd. Daarvoor was het nodig dat iedere burger was voorzien van een familienaam. In het zuiden van het land was dat geen probleem omdat elke inwoner al een achternaam had. Zo ook in Waspik. De burgerlijke stand werd definitief ingevoerd toen Napoleon zelf het heft in handen had genomen nadat hij zijn broer uit zijn ambt had gezet. Op 1 januari 1811 moest het systeem ingaan. Op die datum was in Waspik ook meteen de eerste inschrijving. Het betrof de geboorteakte van Nicolaas Bossers ("Acte de Naissance", zie afbeelding). Aanvankelijk werd bij de aangifte ook meteen het kind getoond, net als bij de inschrijving in de kerkelijke registers. De eerste overlijdensakte staat op naam van Huijbertje Zijlmans, de weduwe van Joseph de Klein. De primeur wat betreft de huwelijksinschrijving was voor het kersverse echtpaar Laurens Verschuuren en Maria de Bont. De akten waren nog helemaal in het Frans, maar aan die taal waren de mensen toen al zo’n vijftien jaar gewend.

Aangezien wij van de gemeenteontvanger een schrijven ontvangen hebben met het verzoek onze belasting te komen betalen, een verzoek waaraan wij als eerzame burgers uiteraard gevolg geven, zien wij ons genoodzaakt de reis even te onderbreken.

Terug naar het overzicht