Deel 13: Verkeer en vervoer van en naar Waspik

Wij maken een reis door de geschiedenis van Waspik, een reis in etappes waarbij telkens een tijdsbeeld beschreven wordt.Dit wordt etappe 13.

Nu de zomer nadert kunnen we met een gerust hart er weer op uit trekken om onze reis te vervolgen. De wegen zijn goed om te reizen, maar is dit altijd zo geweest.

Verkeer en vervoer van en naar Waspik

In het begin van het ontstaan van Waspik stellen wegen en verbindingen nog weinig voor. Het grondgebied was moerassig en waarschijnlijk is men in de twaalfde en dertiende eeuw begonnen met het in cultuur brengen. Het dorp lang evenwijdig aan een hoge zandrug in het gebied tussen Geertruidenberg en ’s Hertogenbosch, een landweg door de Langstraat. Toen in 1421 door de St. Elisabethsvloed de kerk en de kern van Waspik werden verzwolgen, werd spoedig met de bouw van de huidige kern en de kerk begonnen. In 1442 werd een nieuwe straatweg of dijk aangelegd: ’t Vaartje.
De verbinding met ’s Gravenmoer was slecht, via een steeg of voetpad door de moervelden kon men lopende ’s Gravenmoer bereiken. Pas halverwege de zeventiende eeuw, in 1648, gaven de Staten van Holland toestemming voor de aanleg van een rijweg ter breedte van twee roeden -7.5 meter- vanuit ´s Gravenmoer naar Waspik. Echt grote verbeteringen kwamen pas in de achttiende eeuw tot stand doordat straten die in slechte toestand verkeerden, werden verbeterd. Tevens besloten Waspik en ´s Gravenmoer op gezamenlijke kosten een voetpad aan te leggen tussen beide dorpen.

Later werd op aandrang van ingezetenen er bij het dorpsbestuur op aangedrongen de rijweg vanaf Capelle tot Raamsdonk te bestraten omdat deze ´s winters bij nat weer onbegaanbaar was voor paarden en wagens en het te verschepen  hooi niet aan boord gebracht kon worden. ´s Gravenmoer was met de aangelegde en verbeterde voetpaden naar Waspik echter niet geholpen. Met karren konden bewoners via Waspik de Langstraat niet bereiken en alle koopwaar moest aangevoerd worden via de havens van Oosterhout. Veel producten kwamen uit Brabant hetgeen betekende dat daarvoor tol was verschuldigd. Om een betere verbinding te krijgen tussen ´s Gravenmoer en de Langstraat sloten beide dorpen in 1774 een overeenkomst die door de Staten van Holland werd goedgekeurd. Deze overeenkomst behelsde de verbreding van de weg zodat twee geladen wagens elkaar konden passeren, alsmede de aanleg van een brug over de vaart naar de weg van Waspik, de Hoge Brug. Zo genoemd omdat de brug zo hoog gemaakt werd dat geladen hooi-, riet- en rijsaken onder de brug door konden varen. Een extra motivatie voor de wegverbetering was dat zowel Waspik als ´s Gravenmoer belangrijke schakels waren in het handelsverkeer naar de Hollandse stapelmarkt. In beide plaatsen woonden schippers die goederen vervoerden naar Holland, Zeeland, Gelderland en de Zuidelijke Nederlanden.

13 1 Kaart Jacob Kuyper
     Gedeelte uit een kaart van Jacob Kuyper, opgemaakt in 1868 ( © www.atlas1868.nl)

Vervoer vanuit Waspik geschiedde rond 1800 voornamelijk met schepen vanuit de beide havens. De Vrouwkensvaartse haven diende voor de aan- en afvoer van hooi en landbouwproducten. Belangrijker was de Kerkvaartse haven waar jaarlijks honderd schepen met een gezamenlijk laadvermogen van zes tot zeven duizend ton aan- en afvoeren. De havens waren alleen bij hoogtij bevaarbaar en kostten het dorp jaarlijks veel geld aan onderhoud dat slechts ten dele uit de havengelden betaald kon worden. Vanuit Waspik voeren rond 1800 twee wekelijkse beurtschepen op Dordrecht en Rotterdam. Bijna onafgebroken tot in 1916 bleven deze beurtschepen varen. Daarna onderhield een vracht- en passagiersbotendienst, welke meermalen per week vanuit Raamsdonksveer naar Dordrecht, Rotterdam en Amsterdam voer, een besteldienst op Waspik. Maar in 1920 kreeg Waspik weer een eigen beurtvaart op Dordrecht en Rotterdam.

Over het algemeen waren de wegen rond 1800 in de westelijke Langstraat in vrij goede staat. De Langstraatweg was in het midden van de achttiende eeuw met keien bestraat zodat er een behoorlijke verbinding was tussen Waalwijk en Geertruidenberg. Dit gaf weer aansluiting op de Rijksweg Parijs – Utrecht, onder andere over Breda, Oosterhout, Raamsdonksveer en Keizersveer, welke in het begin van de negentiende eeuw op last van Napoleon was aangelegd. Onderhandelingen over de overname van de weg door de provincie ten behoeve van de provinciale weg Geertruidenberg - ´s Hertogenbosch vingen in 1842 aan en leidden er toe dat in Waspik de weg opgehoogd en verbeterd kon worden. Na klachten over de onbegaanbaarheid in de winter van de Langstraatweg werd in 1868 een deel van de keien door klinkers vervangen. Andere straten werden later door klinkers vervangen.

Om de westelijke Langstraat te ontsluiten werden plannen gemaakt voor een nieuwe verbinding Geertruidenberg -´s Hertogenbosch. Teneinde de aanleg van deze weg mogelijk te maken moest het zuidelijk deel van de Vrouwkensvaartse haven worden gedempt. Het eerste, noordelijk deel van de haven was in verband met de ruilverkaveling in 1957 gedempt. In 1969 was de nieuwe weg, de Maasroute, klaar. Een weg met twee rijstroken waardoor de industrie een enorme impuls kreeg om zich op het bedrijventerrein van Waspik te vestigen. In de zeventiger en tachtiger jaren werd de weg door de provincie overgedaan aan het rijk. De Maasroute werd A59 en kreeg nu vier rijstroken.

A59 in aanleg

Foto van de Maasroute in aanleg

Hoewel we nu snel vanuit Waspik naar alle windstreken kunnen reizen, zijn we weer in het dorp teruggekeerd om een vervolg van onze reis uit te kunnen stippelen.
 

 Terug naar het overzicht