Deel 9: De Bataafse Republiek

Wij maken een reis door de geschiedenis van Waspik, een reis in etappes waarbij telkens een tijdsbeeld beschreven wordt.

Dit wordt etappe 9.

Nu we met een goed gevoel de dorpelingen kunnen achterlaten door ze behulpzaam te zijn geweest bij de herstelwerkzaamheden van de schade die zij ondervonden hebben tijdens de belegering door de Fransen, vervolgen wij onze reis weer.

Schadevergoeding, maar wanneer?

Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland was gevlucht werd de Bataafse Republiek op 19 januari 1795 uitgeroepen. Een republiek die het grootste gedeelte van het huidige Nederland omvatte. De republiek was gevormd naar voorbeeld van en met militaire steun van de Franse Republiek. Dat de Fransen niet alleen uit naastenliefde naar het noorden waren gekomen bleek al snel. Het brengen van vrijheid mocht hen in elk geval niets kosten. De streken die ze bevrijd hadden moesten hun eigen bevrijding bekostigen.

9 11 Bataafse Republiek 1798

En overal waar de Fransen kwamen, vormden ze een ware plaag door de vorderingen van hooi, stro en proviand voor de ingekwartierde soldaten. Het dorpsbestuur kreeg de opdracht om alle voorraden van hooi, stro, haver, gerst en slachtvee op te nemen. Er werden lijsten opgesteld waarop alle geleverde artikelen en diensten vermeld stonden. Alles zou, zo beweerde men, tegen een redelijke prijs worden vergoed. Nu was men gewend harde munten van metaal als betaling te ontvangen. De Fransen hadden echter iets anders bedacht, Iemand die iets aan het leger had geleverd, werd betaald met een stukje papier, ‘assignaten’ zoals de Fransen zeiden. Deze werden niet gedekt voor edel metaal maar ontleenden hun waarde aan de door de Franse regering onteigende kerkelijke en adellijke goederen. Maar omdat deze assignaten in zo’n groot aantal werden gedrukt, daalde de waarde al zeer snel en stond in geen verhouding tot het bedrag dat er op vermeld stond. Van dat waardeloze geld werden de mensen door de Franse bezetters in ruime mate voorzien. Na enige maanden konden de steden hun assignaten tegen Hollandse valuta inwisselen maar voor het platteland gold dit niet. Het dorpsbestuur van Waspik liet in 1795 al blijken ongerust te zijn over deze handelwijze. Alle schriftelijke verzoeken haalden echter weinig uit. Hierop besloten Waspik, Raamsdonk en ’s Gravenmoer een afgevaardigde in de persoon van de Waspikse dominee Matthijs Struyck naar Den Haag te sturen om voor de belangen van deze plaatsen te pleiten. Het was één van zijn taken om voor de ontvangen assignaten goed gangbaar geld te krijgen.

9 12 Assignaat

Een en ander verliep niet zonder hindernissen maar dominee Struyck kon toch snel succes boeken. Er kon in de tweede helft van 1795 al een bedrag van 1287 gulden in Dordrecht worden opgehaald. Lang niet voldoende, maar er was een begin. Het zou nog een hele inspanning vergen voor de rest van de schadevergoeding kwam. Pas in februari 1797 werd nog eens 15.000 gulden toegezegd. De beurtschipper werd ingeschakeld en die vervoerde het geld naar Waspik. Het was een hele vracht. In 43 zakken werd het geld naar Waspik getransporteerd. Een speciale wacht voor het raadhuis werd ingesteld om de schat te bewaken om te voorkomen dat het in verkeerde handen zou vallen.

Democratie in Waspik maar wel met een valse start

Ten tijde van de oude Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waren de afzonderlijke provincies soeverein, ieders instemming was dus nodig om tot besluitvorming te komen, En dit kon soms jaren duren. Daarnaast was veel macht geconcentreerd geweest in handen van de zogenaamde regenten en de adel. De Bataafse Republiek wilde een overgang maken naar een meer gecentraliseerde regering met uniforme rechtsprak, munteenheid, maten en gewichten en belastingheffing.

Ook in Waspik was men zich van deze vernieuwing bewust. Op 5 maart 1795 waren praktisch alle Waspikse mannen van 20 jaar en ouder in de Nederlands-hervormde kerk verzameld. Voor het eerst zou er door de Waspikse bevolking een dorpsbestuur gekozen worden. Het bleek een verkiezing te worden die nog lang voor problemen zou zorgen. De stemming was niet geheim. Er werd een kiescommissie gevormd en iedere stemgerechtigde ging in een apart kamertje bij die commissie langs om te vertellen op wie hij stemde als schout, secretaris of schepen. De secretaris schreef alles keurig op. De uitslag bleek een aardverschuiving voor het bestuur. Tot 1795 waren alleen protestanten in het dorpsbestuur actief. Nu werd de meerderheid katholiek: vier schepenen plus de schout. De overige drie leden waren protestant.

De samenstelling en de gang van zaken had het ongenoegen gewekt van de landelijke overheid in Den Haag. Twee ambtenaren kwamen op 30 juni naar Waspik omdat de verkiezingen ongeldig zouden zijn en de gekozen mensen niet capabel. Bij hun bezoek gingen ze eerst bij dominee Matthijs Struyck langs, “een gezelleerd patriot” om een lijstje van mogelijk nieuwe kandidaten. Op 9 juli kwamen de heren terug, verklaarden de verkiezingen ongeldig en benoemden een nieuw dorpsbestuur. Dat bleek te bestaan uit mensen die op het lijstje van Struyck stonden. Het bestuur was toen dus weer protestants. Dat was tegen het zere been van een groot deel van de bevolking onder leiding van de sociëteit “Tot  Ieders Recht”. Alle protesten hielpen niet. Daarom organiseerde “Tot Ieders Recht” op 31 oktober zelf nieuwe verkiezingen. Die leverden weer een overwegend katholiek dorpsbestuur op. Het zittende bestuur weigerde echter te vertrekken, Er waren toen twee dorpsbesturen. Het nieuwe had het raadhuis (tegen de kerk) bezet en van nieuwe sloten voorzien. In dat gebouw bevond zich ook een kist met de gemeenteadministratie. Het oude bestuur kon daar niet bij komen.

In Den Haag was men het met de gang van zaken uiteraard niet eens. Er kwam opnieuw een commissie die weer nieuwe verkiezingen uitschreef voor 28 november. Toen die heren op de verkiezingsdag de ingevulde stembiljetten bekeken hadden, weigerden ze de uitslag bekend te maken en ze namen de biljetten mee naar Den Haag. Het dorpsbestuur dat een half jaar eerder op voorstel van dominee Struyck was geformeerd moest in functie blijven. Dat verhitte de gemoederen tot het kookpunt. Het resulteerde in een regelrechte opstand. Dorpsbestuurders werden bedreigd en ontvluchtten het dorp.  Op 13 januari 1796 verscheen de baljuw van Dordrecht, Hoynck van Papendrecht, met een afdeling soldaten om de orde te herstellen en de overtreders te straffen. Een twintigtal mensen werd gearresteerd. De oude municipaliteit (van juli (1795) werd weer in ere hersteld en zo was men weer ongeveer terug bij de oude verhoudingen en dat zou nog jaren zo blijven. Baljuw Hoynck van Papendrecht vond het heel verstandig wat er in juli was gebeurd. De Waspikse bevolking gebruikte haar verantwoordelijkheid niet goed. Het volk koos steeds de verkeerde mensen. De pastoor en de dominee werden ingeschakeld om de gemoederen weer tot bedaren te brengen. Grote rellen kwamen daarna niet meer voor, maar het vertrouwen in de democratie had meteen bij de start al een flinke deuk opgelopen.

Democratie is mooi maar wel heel vermoeiend, daarom verpozen wij even alvorens we weer verder op reis gaan.

Terug naar het overzicht