Rond de watermolen - april 2017

Rond de watermolen

Aan het einde van de 16e eeuw werd door dijkmeesters op 14 december 1595 grond aangekocht om daar een watermolen te bouwen.
Die plaats grensde in het zuiden aan de Elfenhalve hoeve, in het noorden aan het Scheepsdiep of Oude Maasje, in het westen het land van Jan Seegerszoon en in het oosten de halve Hermensijlsloot, daarnaast lag het land van de weeskinderen van Herman Gijbertse. De bouw van de molen werden gefinancierd via een extra opslag op het gebied van 800 geerden die het hele gebied omvatte. Ook eigenaren in de polder, de Dellen, in Twaalfdhalvehoeve, moesten mee betalen. Zij hadden ook baat bij een betere afwatering. De ontwerper van de molen was molenaar Cornelis Geritsen van Nispen uit Dordrecht. De bouw werd vervolgens onderhands aanbesteed en de timmerman Willem Willems, uit Geertruidenberg, nam het karwei aan voor 1800 R.gld. (Rijnlandse guldens) .
De aannemer moest ook een sluis dichten in de ‘Wuytkade’ (Kastraat of Oudestraat), de Oudestraatbeek (ook wel Kadesloot genoemd) schoonmaken, de Zijl uitgraven, een brug maken in de straat aan de molen en de Molenvliet aanleggen tussen de molen en de Oudestraat, een afstand van 450 meter.

Watermolen 11

Op 14 maart 1594 begon men met de bouw. Het grof hout kwam op 19 en 20 mei aan, ander hout werd op 7 en 8 juli gelost en door de arbeiders van de Vrouwkensvaart naar de bouwplaats vervoerd.

Op elf maart 1599 is het laatste termijn (paey) betaald van de watermolen.
De eerste molenaar werd Anthonis Adriaen Tonis. Hij ontving voor één jaar malen, van 1601 tot 1602, een bedrag van 35 R.gld.

De molen werd alleen gebruikt als er een heel hoge waterstand in het Oude Maasje was of bij langdurige regen.
Normaal kon de polder goed ontwaterd worden door natuurlijke afloop van het water naar de twee sluizen.
Eén sluis was bij Hermenzijl waar het water rechtstreeks in het Oude Maasje liep, en ten zuiden kon het water weg via de Molenvliet naar de Oudestraatbeek richting Waspik, waar het bij de Borstlappensluis in de Kerkvaart kon afwateren. Bij overstroming in de polder ten noorden van de Binnenpolder, kon men de sluis afsluiten in de Achterstedijk.

Onderhoud aan de molen:

In het polderarchief (Streekarchief in Heusden) bevinden zich veel rekeningen met oa de volgende informatie.

In 1759, de molen stond er toen 150 jaar, moest Lambert Moonen in Dongen een as halen voor de watermolen.
Albert van Hoost leverde in dat jaar nog twee eikenbomen voor de watermolen en schipper Arij Reckers bracht kastenen. Jan Brox leverde ijzer en werkte ook aan de watermolen. Anthonij Kievits had een flinke klus en stuurde een rekening van 122 Carolusguldens en 18 stuivers. Meester-smid Adriaen van Dongen stuurde een rekening van 95 Carolusguldens en 15 stuivers voor ijzer en arbeidsloon.

Grote hoeveelheden reuzel verwerkt om de molen te smeren! De molen was ook verzekerd tegen brandschade bij de assurantiemaatschappij, onder nummer 27220. Verzekeringsagent P. van Dongen uit Raamsdonk, diende op 5 maart 1870 een rekening in van f 14, - met zegel. Extra kosten f 0,21.

Toen de molen een 300 jaar bestond. Na 300 jaar kwam het einde voor de molen in zicht.
Via een advertentie in de krant werd de molen verkocht voor afbraak voor 225gulden.

Watermolen 17  Watermolen 17

De heer Johannes Marinus Buijs (1847- 1910) had de molen gekocht en af laten breken. De onderdelen die hij niet nodig had werden in de Koppel Paarden in Raamsdonk verkocht. De heer Buijs was een handelaar in molens. Zo kocht hij diverse houten molens in België op om ze te verplaatsen naar Nederland. Hij handelde ook in molenstenen.

Uit de akte van verkoping blijkt dat de molen al afgebroken was. Het onderste gedeelte is blijven staan als opslagplaats voor de polder. De balken en andere onderdelen werden met opbod verkocht en daarop moest men 5% onraad extra betalen. Uit de lijst van verkoop zie je dat het scheprad het meeste heeft opgebracht, nl. f 20,-, molenas f 20,-, koningspil, waar de molen om draait, f 13,-, molenzeilen f 14,50, en een oude molenwiek f 0,50. Waar de wieken zijn gebleven staat er niet bij maar die zal hij wel afzonderlijk verkocht hebben. De totale verkoop bracht f 245, - op.

Nieuwe 's Hertogenbossche Courant, 9 mei 1900

Watermolen te Koop.
Waspik
Wegens den aanleg van het Zuiderafwateringskanaal is bij het Bestuur van den Binnenpolder van Groot-Waspik en Raamsdonk Te Koop bij gedeelten of in massa, voor afbraak een in goeden staat zijnde Watermolen.

-----

Notaris Scholtens te Geertruidenberg,
zal te Raamsdonk (dorp) in de Koppel Paarden, Zaterdag 27 Oct. 1900, 's middags precies 3 uur, voor den Heer J. BUIJS te Etten á contant
Publiek Verkoopen:
Allerlei afbraak van den Waspikschen Watermolen,
liggende in den polder onder Waspik, nabij Raamsdonk (dorp), als: As, Borsten, Roeden, Zeilen, Koning, eiken Balken, Kruiwerk en Ketting, Grootwiel, Vangstukken, Kammen, Rondsels, Waterwiel (5m) Planken, enz.
Een en ander op den verkoopdag van af 's morgens 9 uur te bezichtigen.


-----

Nieuwe Tilburgsche Courant, 19 juni 1912

Het onderstel van den ouden watermolen behoorende aan de Binnenpolder van Raamsdonk en Waspik is gisterennacht afgebrand. De daarin geborgen poldergereedschappen zijn verbrand.
De watermolen is voor een tiental jaren afgebroken en het onderstel werd thans gebruikt als bergplaats voor genoemde gereedschappen.


-----

Tilburgsche Courant, 20 juni 1912

Brandstichting
Dinsdagmorgen is, naar de 's Hertogenbossche Courant meldt, te Waspik aangehouden een aan lager wal geraakte varensgezel van hier, zekere K. hij werd verdacht brand te hebben gesticht in de z.g. ouden watermolen te Raamsdonk dorp en heeft reeds bekend.